Als geboren Grimdenaar (ik heb 30 jaar in Grimde gewoond), waren de tumuli de geliefkoosde plaats om te spelen. Ik woonde toen in de Keistraat. Dit verhaal speelt zich af tijdens mijn 12de levensjaar.
De tumuli lagen toen tussen twee spoorwegen, tram en trein, en waren daardoor verboden terrein. We moesten dus goed uitkijken voor de politie. Wel, het verhaaltje dat ik wil vertellen is echt gebeurd en heeft vooral betrekking op deze politie en mijn fiets.
Op de eerste en de tweede tumuli waren er wegjes naar boven die door ons voor allerlei spelletjes gebruikt werden. De derde tumulus werd minder gebruikt omdat die hoger was en volledig dichtgegroeid. Wij hadden de gewoonte onze fiets de eerste tumulus op te duwen tot aan de top. Daarna namen we plaats op de fiets en lieten ons naar beneden glijden, naar de tweede tumulus. De bedoeling was zo hoog mogelijk en voor het verst op de tweede tumulus te geraken.
Op zekere dag sta ik op de top van de tumulus met mijn fiets. Mijn vriend laat mij los en ik storm naar beneden. Halverwege zie ik plots beweging beneden aan de tumuli. En wie staat daar? Jomke de garde (politie). Remmen had geen zin, want mijn fiets vloog als een torpedo naar beneden. Jomke stond daar om de doorgang te beletten, met de benen gespreid, de handen in de heupen en maar fluiten! De botsing was geweldig. Ik schepte hem op mijn spatbord en reed met hem de tweede tumulus op. Door het gewicht kwamen we niet ver en zijn we in de struiken gevallen. Ik heb mijn fiets onder hem uitgetrokken en voor hij goed besefte wat er gebeurd was, ben ik met volle snelheid naar huis gereden. Of hij gekwetst was heb ik nooit geweten.
Ik heb mij de eerste twee weken niet meer laten zien aan de tumuli en later werd er iedere keer een mannetje op de uitkijk gezet. Ik denk dat Jomke zo verbaasd was dat hij mijn gezicht niet heeft gezien, want ik ben hem later nog verscheidene malen tegengekomen en hij herkende mij niet.
[Een inzending van Gilbert Wouters]





