De drie tumuli van Tienen worden bedreigd. Meer dan 1.800 jaar doorstonden ze weer, wind en erosie. De stad Tienen liet daarom een herwaarderingsproject uittekenen voor de site. Hiervoor werd het ontwerpbureau Pauwels ingeschakeld. De bedoeling van het restauratieproject is de grootsheid van het monument te herstellen en het tegelijkertijd zichtbaarder en toegankelijker te maken voor het publiek.
Zo was het vroeger
In de Romeinse tijd lag het grafmonument van Marcus Probius Burrus aan de heerbaan Keulen-Boulogne, één van de belangrijke verkeersaders in het Romeinse Rijk. Iedereen die 2.000 jaar geleden uit de richting van Tongeren, de vicus van Tienen binnen reed, kwam voorbij dit grafmonument. Het monument bestond uit een ommuurde graftuin, met hierbinnen de drie grafheuvels. De graftuin was erg verzorgd en kon via een poortje dat uitgaf op de heerbaan bezocht worden. Binnen de ommuring in mooi gekapte Gobertangesteen, stonden afwisselend pruimenbomen en perelaars. De vruchten van deze bomen stonden ter beschikking van de bezoekers van het grafmonument, maar konden ook geofferd worden aan de overledene en de goden. Bij het betreden van het monument bevond men zich in een sacrale ruimte, waar eerbied voor de dode en voor de goden getoond moest worden.
De 3 grafheuvels waren op hun beurt ook omgeven met een laag muurtje in Gobertangesteen. De heuvels zelf waren beplant met afwisselend rozenstruiken en jeneverbesstruiken in concentrische cirkels rond de heuvels. Deze struiken dienden enerzijds om de grafheuvels te beschermen tegen erosie en anderzijds om het geheel te verfraaien.
Voor de middelste grafheuvel bevond zich een stenen altaar waarop offers aan de goden en de dode gebracht konden worden. Bij dit altaar bevonden zich zitbanken, waar voorbijgangers of bezoekers konden verpozen. Rechts en links van het altaar waren bloemperken aangelegd met rozenstruiken en viooltjes. Deze bloemen waren zeer geliefd bij de Romeinen.
De grafkamer zelf bevond zich op 2 meter diepte onder de eerste tumulus. Het gaat om een vierkante houten grafkelder van 3 meter bij 3 meter, waarvan de wanden bekleed waren met houten planken. Op de vloer van de kelder bevonden zich de crematieresten en talrijke mooie voorwerpen in brons, aardewerk en glas, alsook het juwelenkistje met de bekende camee van keizer Augustus, de gouden verlovingsring, de zilveren mantelspeld en de glazen speelschijfjes.
Reconstructie
Sacrale sfeer
Het is de bedoeling om de sacrale sfeer terug op te roepen met het herinrichtingsproject van de site. De heuvels moeten bewaard blijven voor toekomstige generaties. Dit kan door de bomen te kappen en beschermende maatregelen te treffen. Verder worden ook enkele elementen die het monument in de Romeinse tijd groots maakten, in het project verwerkt. De ommuring wordt gereconstrueerd met stenen waarop planten, die ook al in de Romeinse tijd bestonden, kunnen groeien. Op de heuvels komen wilde rozenstruiken en taxus. Het stenen altaar dat zich voor de middelste heuvel bevond, wordt symbolisch weergegeven met een massieve steenblok. Rond het altaar komen enkele zitbanken.
Recreatieve ontsluiting van de site
De tumuli worden opgenomen in het netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen fiets– en wandelpaden. De site wordt bovendien geïntegreerd in de ecologische groenstructuren van de omgeving. Momenteel wordt onderzocht of het mogelijk is een grotere zichtbaarheid te creëren vanop de St.-Truidensesteenweg.
Infoportiek
Op het infoterras krijgt de bezoeker via infopanelen uitleg over het monument en over de voorwerpen in de grafkamer. Het is namelijk de grafkamer die voor de bezoeker het meest onzichtbaar is.






