
Een gouden staafje met de naam ‘Marcus Probius Burrus’ werd gevonden onder één van de grafheuvels. Enkel personen die het Romeinse burgerrecht hadden verworven, mochten drie namen hebben (tria nomina). Marcus is een voornaam die zeer veel voorkomt in het Romeinse Rijk. De naam Probius is een vervorming van de Romeins-mediterraanse naam Probus. De achternaam Burrus verwijst naar de Gallische oorsprong van deze persoon.
Het feit dat deze persoon rond het midden van de 2de eeuw na Christus reeds het Romeinse burgerrecht had verkregen, duidt op goede banden met de Romeinse overheid. Wellicht vervulde hij ook een officiële functie.
In het graf van Marcus Probius Burrus bevond zich een zeldzame Romeinse verlovingsring in goud met het opschrift ‘voor een gemeenschap in goede verstandhouding’. De echtgenote van Marcus Probius Burrus gaf de ring na zijn dood mee in zijn graf als eerbetoon. In het graf werd ook nog een zeldzame camee uit goud met sardonynx met de afbeelding van keizer Augustus meegegeven. Het gaat om een uniek stuk van onschatbare waarde. Dit erfstuk is op het moment dat Marcus Probius Burrus sterft meer dan een eeuw oud. Het gaat dus om een erfstuk dat de oude banden van de familie van Marcus Probius Burrus met de Romeinse overheid aantoont.





